Onbelast bijverdienen

De wetgeving is nog niet gepubliceerd: sommige details  kunnen nog wijzigen en de regeling zal gefaseerd worden ingevoerd. Maar in principe is de regeling als volgt…

Vanaf 20 februari 2018 kan je, als je al een hoofdstatuut hebt (werknemer, zelfstandige of gepensioneerde), onbelast bijklussen. Dat betekent dat op de vergoedingen geen sociale bijdragen of belastingen worden geheven. De wet voorziet wel twee plafonds: de vergoeding wordt beperkt tot 500 euro per maand en 6.000 euro per belastingjaar. 

Op het moment dat je deze grenzen toch overschrijdt, dienen alle inkomsten als beroepsinkomsten te worden beschouwd met alle gevolgen van dien naar bijdragen toe. Controle op eventuele overschrijding gebeurt via een digitale applicatie van overheid. Je kan in drie deelcircuits gaan bijverdienen, die je ook mag combineren. 


Verenigingswerk

Hierbij gaat het om activiteiten tegen een beperkte vergoeding in de publieke of private non-profitsector, met inbegrip van feitelijke verenigingen. Slechts een aantal activiteiten komen in aanmerking: sportlesgevers, gidsen, verstrekkers van opleidingen, begeleiders, oppassers, administratief beheerders, onderhoudsmedewerkers…  De gedetailleerde lijst van activiteiten wordt vastgelegd in een uitvoeringsbesluit, met de bedoeling die regelmatig te herzien. Het mag niet gaan om activiteiten voor de organisatie waarvoor je beroepshalve werkt, tenzij je inmiddels gepensioneerd bent. Toch dreigt er voor diverse sectoren een risico op omzetting van gewone jobs naar verenigingswerk. De regeling sluit wel aan bij het statuut van vrijwilliger. Dat betekent dus dat je zowel activiteiten als vrijwilliger kunt verrichten, mét vrijwilligersvergoeding, als onbelast bijverdienen tot 500 euro per maand. Dat kan wel niet bij één en dezelfde vereniging.

Occasionele activiteiten van burger tot burger

Hierbij worden de prestaties rechtstreeks tussen burgers geleverd. Het is niet de bedoeling dat de activiteiten een commercieel doel voor ogen hebben of winst opleveren. Je doet ze eerder occasioneel en in je vrije tijd. Enkele voorbeelden: gezinsondersteunende diensten, bijlessen, sportlessen, kleine onderhoudswerkzaamheden aan of rondom de woning, hulp bij administratie, kleine huishoudelijke taken, transport van personen, uitlaten van dieren… Ook hier wordt gewerkt met een lijst bij uitvoeringsbesluit. Bepaalde commerciële digitale platformen zullen er dus al snel brood in zien om als tussenpersoon te fungeren. 

Deeleconomie via erkend platform

Sinds 2016 geldt er een fiscaal gunstregime voor erkende platformen binnen de deeleconomie. Ook die regeling wordt opgenomen in de overkoepelende wetgeving, als een van de drie sectoren waarin onbelast bijklussen mogelijk is. Op deze prestaties betaal je dus evenmin belastingen noch bijdragen, tenminste beperkt tot de grensbedragen. Eigenlijk loopt deze sector volledig gelijk met de occasionele activiteiten van burger tot burger. Met als grootste verschil dat wanneer je bijklust via een erkend digitaal platform je niet beperkt bent tot de lijst met activiteiten zoals in de vorige paragraaf beschreven.  


Statuut

Om discussie te vermijden, worden de statuten van werknemer en van zelfstandige niet toepasbaar gemaakt. Er wordt dus een nieuw ad-hocstatuut gecreëerd waarbij geen van de bestaande socialezekerheidsstatuten toepasbaar is. Als de voorwaarden niet gerespecteerd worden, vervalt dit statuut en word je als werknemer of zelfstandige beschouwd. 

Wanneer beschouwd als gepensioneerde?

Wanneer je een wettelijk pensioen geniet, val je uiteraard onder dit statuut met inbegrip van vervroegd gepensioneerden. Jongere weduwen of weduwnaars met een tijdelijk overlevingspensioen (overgangsuitkering) worden, om onbegrijpelijke reden, (voorlopig) uitgesloten van dit systeem. Zij kunnen nochtans hun overgangsuitkering onbeperkt cumuleren met een professionele activiteit. Maar verenigingswerk of occasionele diensten van burger tot burger worden voor hen onmogelijk gemaakt. 


Grenzen toegelaten arbeid

Sinds 2015 kunnen gepensioneerden onbeperkt bijverdienen na de leeftijd van 65 jaar of met een loopbaan van 45 jaar. Het gaat hier over activiteiten onder het statuut van werknemer of zelfstandige. Op deze inkomsten worden uiteraard wel bijdragen geheven. Als je op vervroegde leeftijd met pensioen gaat zonder 45-jarige loopbaan of van een overlevingspensioen geniet vanaf de leeftijd van 45 jaar, moet je aan bepaalde inkomensgrenzen voldoen. De vergoedingen die je zou ontvangen voor verenigingswerk of occasionele diensten van burger tot burger worden wel aangerekend voor deze grenzen.

Meer info

Alle praktische info vind je hier.