Pensioenverhogingen

Vakbonden en werkgeversorganisaties, ook bekend als de sociale partners, trachten al sinds de jaren 60 om de twee jaar tot een interprofessioneel akkoord (IPA) te komen, dat voor alle beroepssectoren geldt. Zo’n akkoord legt de krijtlijnen vast van de lonen en arbeidsvoorwaarden in de privésector. Daarnaast bevat het IPA ook afspraken over de verhoging van de sociale uitkeringen - waaronder de pensioenen - door middel van de welvaartsenveloppe. 

Welvaartsenveloppe

Om de twee jaar krijgen de sociale partners een tweejaarlijkse enveloppe toegekend om de sociale uitkeringen aan te passen aan de gestegen welvaart. Deze aanpassingen gebeuren dus bovenop de indexering. Tijdens de begrotingsbesprekingen in 2016 besliste de regering om de welvaartsenveloppe voor 2017-2018 slechts voor 75 procent toe te kennen. Daardoor lopen de meest kwetsbare groepen in de samenleving 161 miljoen euro mis. Nochtans had de regering plechtig beloofd de welvaartsenveloppe volledig toe te kennen. Met deze maatregel sneuvelt een van de enige sociale elementen uit het regeerakkoord. Voor gepensioneerden was er uiteindelijk een budget van 348,7 miljoen euro. De sociale partners kregen de opdracht om het budget te besteden aan de doelgroepen met het hoogste armoederisico.

Interprofessioneel akkoord 2017-2018

Dit akkoord wordt door de regering integraal uitgevoerd. Het IPA zelf heeft geen rechtstreekse werking en wordt daarom verder uitgewerkt in cao’s en wetgeving. Voor gepensioneerden is daarbij vooral de wetgeving rond de aanpassing van de sociale uitkeringen aan de welvaart belangrijk.

Verhoging minimumpensioenen

Los van dit akkoord verhoogde de regering al vanaf januari 2017 de minimumpensioenen met 0,7 procent. Maar enkel mensen met een loopbaan van minstens 45 jaar genoten van deze verhoging. Er was dan ook slechts 25 miljoen euro voorzien, wat de (enige) compensatie was voor de taxshift en de btw-verhoging op elektriciteit. De regering sloot daarmee 89 procent van de gepensioneerden uit, waaronder veel vrouwen. De sociale partners beslisten daarom deze maatregel te ‘repareren’ vanaf 1 september 2017. Wie een minimumpensioen heeft en een loopbaan van minstens 45 jaar krijgt sindsdien een verhoging van 1 procent. Voor wie een loopbaan heeft van minder dan 45 jaar, ligt de stijging op 1,7 procent en voor overlevingspensioenen op 1,94 procent. 

Verhoging oudere pensioenen

Doorheen de jaren lopen pensioenuitkeringen een welvaartsachterstand op ten opzichte van de pensioenen die vandaag ingaan. Dat komt omdat er geen automatische en structurele welvaartsaanpassing is voorzien. Daarom is een inhaalbeweging nodig. In het vorige akkoord (2015-2016) werden de pensioenen die zijn ingegaan voor 1995 met een procent verhoogd. Ditmaal zijn vanaf 1 september 2017 de pensioenen die in de jaren 1995 tot 2004 zijn ingegaan verhoogd met 1 procent. Bovendien werden ook de pensioenen die vijf jaar geleden zijn ingegaan verhoogd met twee procent. Voor pensioenen die zijn ingegaan in het jaar 2012 gebeurde dat vanaf 1 september 2017, voor het jaar 2013 vanaf 1 januari 2018.

Alle gepensioneerden

De sociale partners wilden ook een inspanning leveren voor alle gepensioneerden. Voor werknemerspensioenen verhoogden ze het vakantiegeld met 2,25 procent in mei 2017 en dat gebeurt opnieuw met 2,25 procent in mei 2018. Dat betekent een optrekking tot 924,90 euro voor mensen met een gezinspensioen (+ 39,83 euro). Voor mensen met een pensioen als alleenstaande komt dat overeen met een optrekking tot 739, 90 euro (+ 31,86 euro). Voor zelfstandigen is er vanaf 2018 een structurele welvaartspremie voorzien. De laagste pensioenen genieten zowel de verhoging van de minima als de verhoging van het vakantiegeld. Dat laatste meegeteld betekent dat het minimum omhoog gaat met 2,2 procent. 

Voor de Inkomensgarantie voor Ouderen (IGO) werd in het akkoord 15,9 miljoen euro voorzien. De IGO steeg daardoor met 0,9 procent vanaf 1 september 2017. 

Pensioenen openbare sector

Pensioenen van ambtenaren krijgen een ‘perequatie’ en zijn daarom niet opgenomen in deze welvaartsaanpassingen. Door dit principe stijgen de pensioenen immers automatisch mee met de salarissen van de actieve personeelsleden, los van de index en gebaseerd op de reële verhogingen van het salaris en het vakantiegeld. Alle pensioenen van een bepaalde sector worden in een ‘korf’ ondergebracht. Om de twee jaar worden alle pensioenen per korf verhoogd volgens bepaalde principes.