Wordt de pensioenhervorming een lege doos?

Vanavond komt het kernkabinet opnieuw bijeen om verder te debatteren over de zogenaamde tweede fase van de pensioenhervorming. In die tweede fase wil de regering onder meer de huidige toegang tot het minimumpensioen beperken door er een voorwaarde van effectief werken (10 of 20 jaar) aan te koppelen, in plaats van de minstens 30 jaar loopbaan (inclusief gelijkgestelde perioden). Bovendien wil men maatregelen nemen om de pensioenrechten van hoofdzakelijk vrouwen te versterken door een deeltijds pensioen in te voeren. Twee tegenstrijdige voornemens die niet samen gaan, want vooral vrouwen gaan minder recht krijgen op het minimumpensioen als er aan een voorwaarde van effectief gewerkte jarenmoet worden voldaan.

Bovendien is het minimumpensioen van 1500 euro netto tegen 2024, de zogenaamde eerste fase van het minimumpensioen, ook een halve lege doos. In het regeerakkoord van september 2020 werd tegen 2024 een minimumpensioen beloofd van 1500 euro netto voor mensen meteen volledige loopbaan. Hoewel heel veel mensen geen 45 jaren op de loopbaanteller hebben en dus nooit 1500 euro netto pensioen zullen ontvangen, is de beloofde inspanning teniet gedaan door de vele indexeringen. De waarde van 1500 euro netto in 2020 is niet meer dezelfde als 1500 euro netto in 2024.Daarom vragen we dat de regering prioritair haar belofte van effectieve koopkrachtverhoging nakomt, en minstens 1650 euro netto minimumpensioen onder de huidige index voorziet.

De discussie die momenteel gaande is over de toegang tot het minimumpensioen, door een effectief aantal gewerkte jaren als bijkomende voorwaarde op te leggen, behoort niet tot het pensioendebat! Als we een werkzaamheidsgraad van minstens 80% tegen 2030 willen bereiken dan moet dit tijdens de loopbaanzelf worden aangepakt. Mensen nadien straffen op hun pensioenrechten is de foutieve redernering. Bovendien leeft er vaak een foutief beeld over het minimumpensioen. Het klassieke verhaal van de twee buurvrouwen waarbij de ene levenslang heeft gewerkt ende andere buurvrouw haar hele leven werkloos was en op pensioenleeftijd hetzelfde bedrag ontvangen is foutief. De pensioenwetgeving werd reeds aangepast waar bij langdurige werkloosheid vanaf 2017 stukken minder pensioen oplevert. Bovendien is het overgrote merendeel van de bevolking buiten hun wil ziek of werkloos. Bestraffen van perioden van inactiviteit tijdens de pensioenberekening is zowel overbodig, onlogisch als onrechtvaardig.

De ‘overbodige’ verstrenging van het minimumpensioen zal vooral vrouwen treffen. Tegenstrijdig voor een regering die net de pensioen- en genderkloof wil bestrijden. Uit antwoord van een schriftelijke vraag (n°10 –246) gesteld door Maggie De Block (OPEN VLD) blijkt dat in 202054.4%van de mensen die recht hadden op een minimumpensioen vrouwen waren. Mannen bouwen doorgaans vaker een hoger pensioen op dan het minimum pensioen. Als er een loopbaanvoorwaarde van 20 jaar effectief werken zou worden ingevoerd waarbij elk jaar minstens 104dagen telt, zou 38% van de vrouwen die in 2020 wel recht hadden op het minimumpensioen geen recht meer hebben. Als er een loopbaanvoorwaarde van 20 jaar effectief werken zou worden ingevoerd waarbij elk jaar minstens 208 dagen gewerkte dagen telt, dan zijn de cijfers nog problematischer. Maar liefst 62.5% van de vrouwen zou geen recht meer hebben op een minimumpensioen.

Daarom roept OKRA de regering op om het debat te voeren dat écht moet worden gevoerd: een degelijk arbeidsmarktbeleid, een verhoging van het minimumpensioen naar 1650 euro netto, een verhoging van de vervaningsratio en een gezins-en vrouwvriendelijk pensioenbeleid. Stop met mensen te straffen die niets meer aan hun loopbaan kunnen wijzigen!

Gepubliceerd op 04/07/2022