Europa: leeftijdsdiscriminatie onder het mom van verkeersveiligheid?

Europa werkt al enige tijd aan een verordening die de verkeersveiligheid in de lidstaten significant moet verbeteren. Hierin zijn heel wat concrete voorstellen opgesomd die lidstaten moeten of kunnen nemen om de verkeersveiligheid te bevorderen. Specifiek voor ouderen gaat het in hoofdzaak over drie zaken:

  • De bepaling dat er voor 70-plussers een beperking moet komen in de geldigheidsduur van het rijbewijs van 5 jaar.

  • Het opleggen van periodieke medische screenings in functie van een reeks medische diagnoses bij 70-plussers.

  • De invoering van een digitaal rijbewijs als onderdeel van de digitale identiteit die Europa aan al haar onderdanen wil geven.

Leeftijdsgrens als probleem

Dat Europa de verkeersveiligheid op haar grondgebied wil bevorderen door extra maatregelen op te leggen of voor te stellen aan haar lidstaten valt op zich toe te juichen. Alle maatregelen die kunnen bijdragen aan een betere verkeersveiligheid zijn goede maatregelen, op voorwaarde dat ze de wettelijke en democratische toets doorstaan. Precies op dat eerste punt (de wettelijke toets) wankelt het voorstel van verordening.

Het probleem hierbij is niet dat de geldigheid van rijbewijzen in duur beperkt zou worden. Want eigenlijk is dat nu al het geval. Wie nu bijvoorbeeld al een rijbewijs B ‘bankkaartmodel’ heeft, zal zien dat er een geldigheidsduur van 10 jaar op vermeld staat. Ook het feit dat Europa voorwaarden (proeven, medische screening, …) wil koppelen aan de verlenging van het rijbewijs (én dus het recht tot besturen van een voertuig) is niet het probleem. Meer zelfs: deze maatregel zou potentieel kunnen bijdragen aan een betere verkeersveiligheid en is zeker een debat waard!

Ook het voorstel om periodieke medische screenings op te leggen in functie van een reeks medische diagnoses is op zich te verdedigen. Ook dat is trouwens niet nieuw, er zijn in meerdere lidstaten al regelingen opgenomen waarbij lijders aan bepaalde aandoeningen een (tijdelijk) verval van het recht op besturen krijgen.

Het problematische aan het voorstel van verordening is dat er in deze bepalingen een leeftijdsgrens van 70 jaar is opgenomen. Hierdoor ontstaat er een onverdedigbaar verschil in behandeling tussen personen jonger dan en personen vanaf 70 jaar. Er is immers geen enkel statistisch bewijs dat 70-plussers meer ongevallen zouden veroorzaken in eigen aansprakelijkheid dan andere leeftijdsgroepen. En ook in andere leeftijdsgroepen komen er medische aandoeningen voor die een (tijdelijk) verval van het recht op besturen van een voertuig zouden rechtvaardigen.

De invoering van een leeftijdsgrens lijkt dan ook meer een gevolg te zijn van een (onterechte) negatieve beeldvorming over ouderen, dan gebaseerd op objectieve en wetenschappelijke feiten. Zo stelt een wetenschappelijk rapport van de European Transport Safety Council (een Europese non-profitorganisatie) onomstotelijk vast dat een beperking in geldigheidsduur van het rijbewijs bij 70-plussers geen significante verbetering oplevert van de verkeersveiligheid.

Invoering van een digitaal rijbewijs

Een derde maatregel in het voorstel dat een invloed heeft op ouderen, is de invoering van het digitale rijbewijs. Dat zou onderdeel moeten worden van de digitale identiteit die alle Europese onderdanen zullen krijgen. Feitelijk betekent het de afschaffing van het fysieke rijbewijs zoals we dat tot nu toe kennen (papieren model of bankkaartmodel). Voor mensen die geen smartphone hebben en/of niet digitaal onderlegd zijn, vormt dat een probleem. Bovendien kan een digitaal systeem mogelijk kwetsbaar zijn voor hacking met identiteitsfraude en privacylekken tot gevolg. Daarnaast is het onduidelijk wat de invoering van een digitaal rijbewijs te maken heeft met het bevorderen van de verkeersveiligheid in de lidstaten.

Huidige stand van zaken

Het voorstel van verordening lokte heel wat reacties uit, zowel bij voor- als tegenstanders van een mogelijke invoering van een leeftijdsgrens:

  • Bij de bespreking in ons federaal parlement bevestigde Minister Gilkinet – op vraag van o.m. Jef Van Den Bergh – dat hij geen voorstander is van leeftijdsgrenzen en de bezorgdheden van OKRA hierover volledig deelt. Die werden door zijn kabinet trouwens overgemaakt aan het huidige Spaanse EU-voorzitterschap. Indien nodig kunnen er tijdens het Belgische voorzitterschap (voorjaar 2024) nog stappen gezet worden om het voorstel tot verordening bij te sturen.
  • De bijkomende besprekingen in het Europees Parlement evolueerden na de lancering van het voorstel allesbehalve gunstig. Zo legde de rapporteur van het ‘Transport Committee’ een nog strenger voorstel op tafel qua leeftijdsgrenzen en deden ook andere fracties mee aan het opbod van alternatieve regelingen. Telkens met één gemene deler: bestuurders moeten hun rijvaardigheid op basis van een leeftijdsgrens periodiek opnieuw bewijzen vooraleer hun rijbewijs verlengd kan worden.
  • Gelukkig ontstonden er ook tegenstemmen: Kathleen Van Brempt (Vooruit) diende een amendement in om heel dit artikel te laten schrappen en ook vanuit ondermeer conservatieve hoek (European Conservatives and Reformists, waartoe N-VA behoort) kwam er een soortgelijk initiatief. Cindy Franssen en Benoît Lutgen (EVP) lanceerden dan weer het voorstel om de lidstaten vrije keuze te geven om een dergelijke beperking al dan niet door te voeren. Ook vanuit liberale hoek kwam er een Deens initiatief in die zin.

Reden genoeg voor AGE Platform Europe (waar OKRA partnerorganisatie van is) om ten strijde te trekken en verschillende Europarlementsleden van verschillende strekkingen te overtuigen van het problematische karakter van een leeftijdsgrens. De inzet was immers hoog, want een eerste stemming in het ‘Transport Committee’ (Europese parlementaire commissie transport) was al voorzien op 7 december jl. Het voorstel ter stemming was trouwens al een afgezwakte versie van de oorspronkelijke tekst. De verplichting om als lidstaat werk te maken van een dergelijke beperking was namelijk geschrapt.

De stemming draaide – enigszins onverwachts voor AGE (en ook wij durfden er ons hand niet voor in het vuur te steken) – uit op een nipte overwinning voor de tegenstanders van deze voorstellen. Het amendement van Kathleen Van Brempt om de leeftijdsgebonden bepaling te schrappen, werd met welgeteld één stem op overschot aanvaard. Dit betekent – als het aan het ‘Transport Committee’ ligt – dat:

  • Leeftijd GEEN rol mag spelen in het beperken van de geldigheidsduur van rijbewijzen.

  • Leeftijd GEEN rol mag spelen in het opleggen van medische screenings en dergelijke meer in geval van bepaalde aandoeningen.

  • Lidstaten verzocht worden om bij de uitreiking van digitale rijbewijzen ook de mogelijkheid te blijven voorzien van een fysiek rijbewijs, zodat de burger kan kiezen in welke vorm hij zijn rijbewijs overhandigd krijgt door de uitreikende overheid.

Hoe moet het nu verder?

De kans is groot dat er informele gesprekken komen om tot een vernieuwd voorstel te komen dat plenair gestemd kan worden in het Europees Parlement. Deze stemming zal wellicht in de loop van januari 2024 gebeuren. Hoe die zal uitdraaien, is koffiedik kijken. Op Europees niveau speelt de partij- of fractiediscipline immers veel minder een rol, waardoor parlementsleden meer naar eigen overtuiging en inzicht kunnen stemmen.

Bovendien kunnen lidstaten ook zelf nog initiatief nemen om leeftijdsgebonden bepalingen op te nemen in de eigen wetgeving, voor zover deze natuurlijk niet strijdig zijn met de eigen (grond)wet(ten).

Conclusie

Met OKRA zijn we als partnerorganisatie van AGE tot nu toe voorzichtig tevreden over de gang van zaken. Met het verwerpen van het voorstel heeft het ‘Transport Committee’ een belangrijke inrijpoort voor mogelijke leeftijdsdiscriminatie op een klein kiertje gezet, al blijft waakzaamheid geboden. We hebben deze slag binnengehaald, maar de strijd is dus nog niet gestreden.