Ouderen zijn een groter slachtoffer van de coronacrisis, maar....


GROTERE KWETSBAARHEID

Het zijn onwezenlijke tijden. Ieder van ons weet nu hoe een pandemie ons leven van vandaag op morgen grondig kan wijzigen. De dwingende crisismaatregelen waren noodzakelijk, maar zeer ingrijpend. Voor ouderen hebben de getroffen maatregelen nog meer impact omwille van hun grotere kwetsbaarheid voor het virus. Deze bijdrage wil een licht werpen op de impact van de corona- crisis op ouderen en de meer algemene problematiek van de woonzorgcentra.

Reeds op dinsdag 10 maart besliste OKRA, op aanraden van viroloog Marc Van Ranst, om alle activiteiten (ontmoeting, sport, huisbezoeken, reizen...) volledig stop te zetten. ‘s Avonds kwam de regering naar buiten met haar eerste, eerder beperkte, maatregelen. OKRA heeft van bij het uitbreken van de pandemie een juiste inschatting gemaakt en er plichtsbewust naar gehandeld, precies omwille van de grotere kwetsbaarheid van ouderen voor het virus.

Virologen hebben vanaf dag één gefocust op het strikt gescheiden houden van generaties. De psychologische en mentale impact van het doorknippen van het generatiecontact kan en mag niet onderschat worden. OKRA heeft van bij de stopzetting van haar activiteiten heel haar menselijk potentieel ingezet om op een creatieve manier de ouderen en vooral de meest kwetsbare groepen maximaal te bereiken. Vrijwilligers en personeel bellen, chatten en skypen regelmatig met een extra luisterend oor voor de oudste en kwetsbaarste leden. Plaatselijke groepen proberen met hen contact te houden door kleine attenties of brieven en kaartjes te versturen. Vanuit de creawerking worden mondmaskers genaaid voor de plaatselijke woonzorgcentra. Ook bewegen is belangrijk, zeker nu. Daarom heeft OKRA in samenwerking met de VRT korte filmpjes gemaakt met eenvoudige oefeningen die iedereen thuis kan doen. ‘Beweeg in uw kot’ wordt dagelijks voor het middagjournaal gepresenteerd door Saartje Vandendriessche.

MAAR OOK OUDEREN HEBBEN BEHOEFTE AAN CONCRETE PERSPECTIEVEN

Dat neemt niet weg dat we het zeer moeilijk hebben met het bijzondere ac- cent dat in de media en de politieke besluitvorming gelegd wordt op de kwetsbaarheid van ‘de’ ouderen. Ouderen zijn als bevolkingsgroep zeer divers en heterogeen, zeker op vlak van gezondheid en ruimer gesteld, kwetsbaarheid. De ene oudere is de andere niet. Bovendien leveren vele ouderen een waarde- volle bijdrage aan de samenleving in de vorm van mantelzorg, kinderopvang, vrijwilligerswerk... 10% van de 65-69-jarigen is nog steeds beroepsactief, ook in de essentiële sectoren. Heel wat gepensioneerde gezondheidswerkers zijn ingegaan op de oproep van minister Beke voor de aanleg van een medische reserve.

In het kader van de afbouw van de lockdownmaatregelen hebben sommige virologen vooropgesteld dat je die sneller kan afbouwen voor jongeren, dan voor ouderen. Zo hou je de economie draaiende. Maar je kan de economie toch niet draaiende houden zonder de samenleving draaiende te houden? Wat ga je doen met de opvang van kinderen wanneer de scholen heropenen en wanneer de zomervakantie start? Voor vele gezinnen is de grootouderopvang onontbeerlijk. Wie gaat straks de kantine openhouden als de sportclubs terug opstarten? Wie gaat de voedselbedeling organiseren? Vandaag (eind april) krijgen we bijvoorbeeld in OKRA vragen binnen van woonzorgcentra om vrijwil- ligers te rekruteren voor een luisterend oor voor de bewoners die afgesneden leven van hun familieleden. Uiteraard moet telkens opnieuw bekeken worden hoe deze engagementen op een veilige manier georganiseerd kunnen worden.

Anno 2020 telt België meer dan 2,2 miljoen 65-plussers. Willen we tot een versoepelingsstrategie komen die effectief nageleefd en volgehouden wordt, dan zal deze voldoende genuanceerd moeten zijn en ouderen in uiteenlopende situaties een realistisch perspectief moeten bieden. Je hebt kwetsbare ouderen, maar je hebt evenzeer actieve ouderen met ervaring en competenties die ze inzetten in en voor de (lokale) gemeenschap.(1)

EN DAN IS ER NOG DE OUDERENZORG...

In de eerste fase van de coronacrisis ging alle aandacht uit naar de capaciteit van onze ziekenhuizen. Vooral het aantal intensieve zorg bedden werd aanzienlijk uitgebreid. Italiaanse toestanden moesten voorkomen worden. In OKRA ging de aandacht uit naar de selectiecriteria die gehanteerd zouden worden bij mogelijke tekorten. Zouden ouderen, louter omwille van hun leeftijd, niet meer opgenomen en behandeld worden in de ziekenhuizen? In het advies daarover wordt duidelijk aangeraden te selecteren op basis van levenskans- en verwachting en niet op basis van leeftijd. (2)

Ook in hun communicatie waren de internisten hierover altijd klaar en duidelijk. Leeftijd is geen criterium. Dat advies werd door OKRA als ‘good practice’ overgemaakt aan Age Platform Europe.

De communicatie over de richtlijnen van de Belgische Vereniging Gerontologie en Geriatrie over het al dan niet doorverwijzen van bewoners van woonzorg- centra naar ziekenhuizen, verliep wat moeizamer. Hun doelstelling was om in situaties van ernstige zorgnood, medisch de meest correcte en humane oplossing te bieden, rekening houdend met de wens van de bewoner, zoals (al dan niet) genoteerd in het dossier van de ‘vroegtijdige zorgplanning’. OKRA kon zich daarin terugvinden, maar onze belangrijkste bekommernis was dat de woonzorgcentra ook over de middelen moeten beschikken om menswaardige zorg te kunnen bieden. De coronacrisis heeft pijnlijk duidelijk gemaakt dat dit onmogelijk was.

In ons land wonen de meeste ouderen met zware zorgnoden in woonzorg- centra. Eind april waren er bijna 7600 gerapporteerde sterfgevallen aan COVID-19. 53% daarvan waren bewoners van woonzorgcentra. De coronacrisis treft de ouderenzorg bijzonder hard op velerlei vlakken, in de eerste plaats uiteraard op menselijk vlak. Het gestuntel binnen en tussen de beleidsniveaus maakt duidelijk zichtbaar dat deze sector bij hen onvoldoende gekend is. De sector vertoont al jaren structurele zwaktes die vandaag een hoge tol eisen bij bewoners, families en medewerkers (zowel professionele en vrijwillige).

ENKELE FEITEN

  • Het algemeen bewonersprofiel is de laatste tien jaar sterk geëvolueerd naar langdurige, intensieve en chronische zorgnoden. Dat gaat dikwijls gepaard met cognitieve en gerontopsychiatrische stoornissen;
  • De gemiddelde verblijfsduur is daardoor de laatste tien jaar gedaald van 4 jaar naar 1,5 jaar. De meest kwetsbare ouderen worden er op hoge leeftijd in de laatste levensfase opgevangen. De opdracht rond goede levenseindezorg (nog steeds een ‘versluierd’ taboe) is prominent en permanent aanwezig;

  • De daaruit voortvloeiende opdrachten voor de zorgteams zijn aanzienlijk geworden. Maar noch de noodzakelijke personeelsomkadering, noch de noodzakelijke diversificatie van de competentieprofielen van de medewerkers heeft deze evolutie bij het bewonersprofiel gevolgd;

    Daardoor heeft de intramurale ouderenzorg de geringste en zwakste kwalificatiemix in vergelijking met alle andere vergelijkbare sectoren in de gezondheids- en welzijnszorg. Niet voor niets stelt 47,2% van de zorgmedewerkers dat hun job emotioneel te belastend is en 49,4% stelt te moeten werken onder continue tijdsdruk;(3)

  • In Vlaanderen zijn er ongeveer 800 voorzieningen die onderling bijzonder sterk verschillen qua visie, prijsbeleid, strategie, schaalgrootte, dienstverle- ning, kwaliteit van zorg, juridische entiteit...

    De afgelopen tien jaar weegt de commercialisering sterk door op de hele sector. Vooral de opkomst van grootschalige, ook buitenlandse, exploitatie- ketens veroorzaakte breuklijnen in de klassieke ouderenzorg. Een zo groot mogelijke winst maken met zo weinig mogelijk investeringen, is hun voornaamste drijfveer. Tien jaar geleden vond je in heel wat woonzorgcentra nog een goede kok en een uitstekend restaurant. Vandaag is het grootste deel van de sector overgeleverd aan de Sodexho’s van deze wereld. Zij kunnen aan vijf euro per dag de bewoner eten geven.

De doorsnee organisatie van een woonzorgcentrum is daardoor steeds meer een ‘industrieel’ gegeven geworden. Het lijkt op een ziekenhuis dat van bo- venaf gestuurd wordt. Alle dagelijkse handelingen zijn ingepland en ieder heeft zijn specifieke opdracht. Je kan aan de kleur van het uniform zien wie, wat, wanneer mag of moet doen. Ook de tijdsbesteding is ‘mechanisch’ georganiseerd. Alles moet wijken voor dit model. Zo vraagt, terwijl ik dit aan het schrij- ven ben, de Vlaamse regering aan de Vlaamse Raad Welzijn, Volksgezondheid, Gezin een spoedadvies inzake de ‘flexibilisering’ van het personeelskader in o.a. de woonzorgcentra. Indien dat goedgekeurd wordt, mogen woonzorgcentra 50 % van het vereiste aantal verpleegkundigen vervangen door mensen met een ander (lees: lager) diploma. Bovendien mag daarvoor een beroep gedaan worden op externe zelfstandige verpleegkundigen en op zogenaamde ‘project sourcing’. Externe bureaus worden dan aangesproken om medewerkers en/of specialisten in te schakelen. Nu probeert de Vlaamse regering het bij hoogdringendheid door te drukken, zonder overleg tussen de sociale partners, met als doel het een permanent karakter te geven, ook na de coronacrisis. Vanuit het oogpunt van de bewoner is het belang van het creëren van een warme en vertrouwde woonomgeving – een thuisgevoel – essentieel. De flexibele inschakeling van externe krachten staat hier haaks op. Het gaat immers om mensen die niet vertrouwd zijn met de bewoner, noch met de ruimere organisatie. De vertrouwensband die nodig is voor intieme verzorging, voor gevoelige ge- sprekken rond vroegtijdige zorgplanning, een vertrouwd gezicht op levensein- demomenten... ontbreekt daarbij volledig. Aan de relationele dimensie voor de bewoner wordt volledig voorbij gegaan.

Ook in de medische dimensie schiet het voorstel tekort. De voorgestelde flexibilisering, waarbij verpleegkundigen vervangen worden door andere profielen, doet net afbreuk aan de garantie op goede medische basiszorg voor de be- woner. De huidige normen zijn een absoluut minimum. Tegelijk voorziet het voorstel op geen enkele manier in een oplossing voor de handelingen die enkel door een verpleegkundige kunnen gesteld worden. We zien niet in hoe op deze manier de nodige kwaliteit aan medische basiszorg kan geboden worden.

JA, ER IS EEN ALTERNATIEF!

De bewoners en de familieleden moeten de aansturing geven, niet de top van de (koepel)organisatie. De zorgverlening moet vertrekken van medezeggen- schap, inspraak en dialoog met de bewoners en familieleden en dit vanaf de opname. Het ‘Tubbemodel’ kan hier als voorbeeld dienen (4). Maar dit model binnenbrengen in een ‘industrieel’ uitgebouwd zorgbedrijf heeft weinig zin. Het zal veel kleinschaliger moeten, waar mensen die verzorgd worden zich echt thuis voelen, zich behandeld voelen als mens en niet als de zoveelste in de rij. Het commercieel-industrieel denken zal plaats moeten maken voor nabijheid, luisterbereidheid, menselijkheid, echte kwaliteit van leven... Niet de gezondheidssituatie van de bewoner, maar de mens achter de bewoner moet de vertrekbasis worden. Hun veerkracht, hun levensgeschiedenis en wat hun leven betekenisvol maakt moet het uitgangspunt worden van de zorg- en hulp- verlening in de woonzorgcentra.

De recent vernieuwde functie van de ‘begeleider wonen en leven’ (vroegere animator) sluit hier het dichtst bij aan. Zij moeten trachten het beleid van de voorziening meer te richten op wonen en leven in plaats van op zorg. Er dient voor elke bewoner een woonleefplan opgesteld te worden. Daarin moet duidelijk staan wat de bewoner zelf wil, wat hij graag doet, welke ambities en dromen hij nog wil nastreven, hoe beperkt ook... De bewoner moet terug de regie over zijn eigen leven krijgen en de nabije familie moet -waar nodig- hierbij nauw betrokken worden. Het zal er vanaf hangen hoe sterk bepalend de positie en rol zal worden van deze vernieuwde functie. Gaat deze functie voldoende ademruimte krijgen om te groeien in de grote raderwerken van de zorgbedrijven? (5)

De aanbevelingen van Geert Van Hootegem en Lander Vermeerbergen sluiten hier nauw bij aan.(6) Zij suggereren om de huidige wooneenheden (van om en bij de 60 bewoners) te verkleinen tot minimaal zes en maximaal vijftien bewoners. Op mensenmaat dus! Aan deze wooneenheden moeten kleine multidisciplinaire teams toegewezen worden. Deze teams doen zoveel als mogelijk alle zorg- en ondersteunende taken. Medewerkers wisselen niet van teams. Hiermee sla je twee vliegen in één klap. De bewoners en het personeel leren elkaar beter kennen, wat noodzakelijk is voor het creëren van een warm en vertrouwd thuisgevoel voor de bewoner en het versterkt de werkbaarheid van de jobs. In deze vorm van arbeidsorganisatie wordt de kans bovendien kleiner dat bewoners en personeel COVID-19 aan elkaar doorgeven. En dat was nu net de aanleiding tot het schrijven van dit artikel.


NOTEN

  1. Nota van de Vlaamse Ouderenraad aan de Nationale Veiligheidsraad https://www.vlaamse-ouderenraad. be/wat-denken-we/welzijn-zorg/welk-perspectief-voor-ouderen-binnen-de-exit-strategie-concrete-insteken

  2. https://www.brc-rea.be/wp-content/uploads/2020/03/Ethical-decision-making-in-emergencies_CO- VID19_22032020_final.pdf

  3. Voorlopige cijfers van de werkbaarheidsmonitor 2019.

  4. In dit Zweedse model dat momenteel opgang maakt in de sector worden beslissingen gezamenlijk genomen door bewoners, familie en personeel.

  5. OKRA blijft vragende partij om de werkzaamheden inzake de versterking van de rechtspositie van de bewoners in woonzorgcentra opgestart in de vorige legislatuur op het kabinet-Vandeurzen, verder te zetten en af te werken.

  6. ‘Physical distancing’ door innovatief organiseren in woonzorgcentra: nu en in de toekomst prof. dr. Geert Van Hootegem en dr. Lander Vermeerbergen (KU Leuven) – ongepubliceerde nota

Standpunt OKRA-magazine juni 2020

De ene oudere is de andere niet

Sinds 18 mei mogen bewoners van de woonzorgcentra opnieuw bezoek ontvangen. Uiteraard onder veilige omstandigheden maar we zijn verheugd dat dit kan. Het lobbywerk van OKRA achter de schermen heeft dit mogelijk gemaakt. En OKRA kan dit alleen maar dankzij het lidgeld van alle leden, dus ook van jou. Waarvoor onze oprechte dank.

Ondanks dit succes hebben we het zeer moeilijk met de veralgemening van de kwetsbaarheid van ‘de’ ouderen. Maatregelen om de corona in te dijken hanteren een leeftijdsgrens van 65 jaar. Die grens is willekeurig. Het beeld in de media is dat alle ouderen kwetsbaar en zwak zijn. Maar ouderen zijn als bevolkingsgroep zeer divers en heterogeen, zeker op vlak van gezondheid. De ene oudere is de andere niet. Bovendien leveren vele ouderen een waardevolle bijdrage aan de samenleving in de vorm van mantelzorg, kinderopvang, vrijwilligerswerk… Wist je dat 10 procent van de 65-69-jarigen nog steeds beroepsactief zijn, ook in de essentiële sectoren? Toen minister Beke een oproep deed om een reserve van medisch geschoold personeel aan te leggen, stelden heel wat gepensioneerde gezondheidswerkers zich kandidaat.

Ouderen houden de samenleving draaiend

We zijn in de fase waarbij de strenge lockdown-maatregelen voorzichtig afgebouwd worden. Sommige virologen suggereren daarbij dat jongeren eerder alles opnieuw mogen dan ouderen. Zo hou je de economie draaiende, is het argument. Jonge mensen – wie dat dan ook mogen zijn – werken en consumeren. Maar je kan de economie toch niet draaiende houden zonder de samenleving draaiende te houden? Wat ga je doen met de opvang van kinderen wanneer de scholen heropenen en wanneer de zomervakantie start? Voor vele gezinnen is de grootouderopvang onontbeerlijk. Wie gaat straks de kantine openhouden als de sportclubs opstarten? Wie gaat de voedselbedeling organiseren? Wie zal de consultatiebureaus van Kind en Gezin draaiende houden? Wie zal er op bezoek gaan bij de eenzame ouderen?

Soepele strategie

Anno 2020 telt België meer dan 2,2 miljoen 65-plussers. Willen we tot een versoepelingsstrategie komen die effectief nageleefd en volgehouden wordt, dan zal deze voldoende genuanceerd moeten zijn en ouderen in uiteenlopende situaties een realistisch perspectief moeten bieden. Je hebt kwetsbare ouderen, maar je hebt evenzeer actieve ouderen met ervaring en competenties die ze inzetten in en voor de gemeenschap.

Mark De Soete

65-plussers slachtoffers van arbitraire leeftijdsgrens!

Persbericht 19 mei 2020

OKRA is blij voor de opening die is gegeven, maar stoort zich mateloos aan de arbitraire leeftijdsgrens van 65 jaar!

De geschiedenis van het moment van pensionering laat zich poëtisch omschrijven met de titel: ‘Van het uurwerk en de zetel, via de fiets tot het mondmasker’. Wie in de jaren 60 en 70 op pensioen ging kreeg heel vaak een uurwerk of een zetel als geschenk. Want ja, je had jaren hard gewerkt en was nu toe aan rust. Je had ‘tijd’ om deze naar eigen goeddunken in te vullen.

Doorheen de jaren evolueerde dit beeld. De passieve rustende senior, werd vervangen door een actieve dynamische levenslustige 65+’er die erop uit trok. Fietsen, wandelen, reizen, … genieten van het leven. Op eigen tempo, met eigen behoeften, maar vaak met een overvolle agenda. Het verenigingsleven in Vlaanderen is dankbaar om zoveel maatschappelijke inzet van die senioren… Niet alleen in de vereniging of de club, maar ook in de familie… van kinderopvang tot mantelzorger. De gepensioneerden spelen een onderschatte rol op economisch vlak.

En nu?
De coronacrisis zorgt ervoor dat een 65-plusser plots behoort tot de ‘kwetsbare doelgroep’. Het beeld van de dynamische actieve senior werd doorprikt en plots is elke 65-plusser ‘kwetsbaar’, en dient deze te leven met allerhande beperkende maatregelen. Kleinkinderen opvangen mag nu terug, maar je moet jonger zijn dan 65 jaar! Hier stoort OKRA zich mateloos aan! Mag het even?

Het is niet omdat je 65 bent dat je plots een ‘kwetsbare doelgroep’ bent! Een leeftijdsgrens van 65 jaar instellen is pure leeftijdsdiscriminatie. Vertrokken vanuit goede bedoeling, daar twijfelt niemand aan. Maar toch! Leeftijd op zich, mag nooit een criterium zijn om te verbieden. Zeker niet bij ouderen!

Ouderen hebben de wijsheid en de levenservaring in pacht.

En die wijsheid brengt hen er al toe om in deze dagen uiterst voorzichtig te zijn, zich te gedragen naar de uitgevaardigde maatregelen. Want ja, 65+’ers beseffen maar al te goed welke impact Covid heeft! Neem 65+’ers voor vol aan, en stop met het hanteren van de leeftijdsgrens als arbitraire grens om te bepalen wat mag en kan! Zo mogen kleinkinderen terug opgevangen worden door de grootouders op voorwaarde dat je als grootouder geen risico’s loopt. Als risico is omschreven: ‘geen onderliggende ziekte hebben en niet ouder dan 65 jaar’.

Waarom moet dit laatste criterium erbij? Het basiscriterium is ‘geen onderliggende ziekte hebben’. Punt. En behoren tot de sociale bubbel van het gezin (de regel van 4). Elk leeftijdscriterium erbij halen plaatst de 65+’er terug in het verdomhoekje. In de hoek met weinig perspectief. De ouderen voelen zich vandaag niet goed in hun vel, blijkt uit de sterke toename van het aantal ouderen die inbellen bij ‘Tele-onthaal’? Gaan wij de 65+’er die kiplekker is, bruist van leven en de energie, hem de vriendschap van de kleinkinderen blijven ontzeggen? Enkel alleen omdat de grens van 65j is overschreden?

Vlaanderen wees wijs! De ouderen weten heus wat kan en mag. Geef hen de regie van hun eigen leven in handen. Of ze nu jonger of ouder zijn dan 65 jaar!

Mark De Soete, Algemeen directeur OKRA vzw, 0479/89 55 50

OKRA zegt neen tegen coronataks op ouderen

Persbericht 14 mei 202O

OKRA neemt aanstoot aan de coronatax voor ouderen!

OKRA, de grootste ouderenvereniging in Vlaanderen, nam tot haar verbazing kennis van het idee om via een coronatax bij ouderen de corona-uitgaven deels te recupereren. Dit idee lanceerde gedragseconoom Jan Emmanuel De Neve.

Ouderen zijn vandaag reeds de grootste slachtoffers van deze coronacrisis, niet alleen op vlak van de hoge sterftegraad maar ook op psycho-sociaal vlak is de impact van deze crisis immens. Je leeftijdsgenoten zien sneuvelen, je kinderen en kleinkinderen niet mogen ontmoeten, plotseling behoren tot een kwetsbare doelgroep… dit hakt al stevig in op deze bevolkingsgroep. De signalen die OKRA hierrond ontvangt zijn bijzonder duidelijk. Nu ook nog de factuur van deze coronacrisis naar hen doorschuiven is niet ernstig.

Ouderen krijgen de laatste jaren maar al te vaak de zwarte piet toegewezen. In het vergrijzingsdebat wijzen sommige jongeren naar ouderen als diegene die de pensioenkassen aan het opsouperen zijn. In het klimaatdebat krijgen ouderen het verwijt dat ze door hun vroegere levenswijze aan de basis liggen van deze ecologische verschuiving, terwijl de beweging ‘grootouders voor het klimaat’ net aantoont dat de ouderen bijzonder zorgzaam zijn op dit vlak.

En nu de coronafactuur doorschuiven naar de ouderen? Dat kan niet!

Niemand, ook OKRA, trekt in twijfel dat er een stevige coronafactuur te betalen valt in de nabije toekomst. We gaan dit echter niet opvangen met een ‘taks’. Het kernwoord hier is ‘solidariteit’.

Het idee van het belasten van ouderen zet generaties tegen elkaar op. OKRA wil in dit debat niet meegaan. We willen er geen ‘wij-zij’ verhaal van maken. Wie toch in dit debat wil stappen zal dan ook rekening moeten houden van de verdiensten van de huidige ouderen in de realisatie van de welvaartstaat en in hun economische waarde vandaag (door kinderopvang, door vrijwilligerswerk, door mantelzorg enzovoort).

De welvaartstaat waarin wij vandaag leven rust op solidariteit. Solidariteit tussen de generaties, zodat jonge gezinnen kinderbijslag kunnen ontvangen, zodat de jeugd kan studeren, zodat ouderen pensioen kunnen ontvangen, zodat wie werkloos of ziek wordt een vervangingsinkomen heeft.

Ook op vlak van fiscaliteit en tussen de vermogens, vraagt OKRA solidariteit, waarbij de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Wie meer heeft mag meer bijdragen. Dat staat echter niet gelijk met het belasten van één specifieke doelgroep. Solidariteit is net het antwoord.

De wijsheid van een samenleving merk je aan de wijze waarop men omgaat met ouderen. OKRA hoopt dat Vlaanderen en België wijs blijft!

Meer informatie: Mark De Soete, algemeen directeur OKRA, 0479 89 55 50

Standpunt OKRA-magazine mei 2020

Leeftijdsdiscriminatie … of niet?

Iedereen volgt de evolutie van de corona-crisis op de voet. Elke dag krijgen we een cijferregen, waaruit pijnlijke conclusies kunnen getrokken worden. Ouderen zijn het grootste slachtoffer van deze pandemie. Hun overlijdenscijfers liggen bijzonder hoog in vergelijking met de jongere leeftijdsgroepen. En leeftijdsdiscriminatie komt ook dan om de hoek kijken.

OKRA kreeg heel wat bezorgde mails en telefoontjes binnen van verontruste leden. Ze vrezen uiteraard het virus op zich, maar ze zijn ook verontrust omdat in de ethische discussies in de media geluiden te horen waren dat oudere mensen louter omwille van hun leeftijd niet meer zouden opgenomen en behandeld worden in de ziekenhuizen.


Hier is OKRA heel waakzaam. We blijven de ethische adviezen onderzoeken die de ziekenhuizen hanteren om mensen al dan niet intensieve zorgen toe te kennen in volle coronacrisis. In al deze adviezen wordt aangeraden om patiënten te selecteren op basis van hun levenskans- en verwachting, op basis van medische schalen. Dat betekent dat iemand van zestig jaar de voorkeur kan krijgen op iemand van veertig met een lagere overlevingskans. Er wordt dus niet rechtstreeks op leeftijd geselecteerd. Het betekent niet dat leeftijd geen onrechtstreekse rol speelt. De gemiddelde levensverwachting van zestigers ligt immers lager dan die van veertigers. Maar leeftijd op zich is geen criterium voor selectie.

Ook op de richtlijnen van de Belgische Vereniging Gerontologie en Geriatrie over het al dan niet doorverwijzen van bewoners van woonzorgcentra naar ziekenhuizen heeft bij heel wat leden de wenkbrauwen doen fronsen. De richtlijnen hadden en hebben niet tot doel om de capaciteit van de ziekenhuisbedden te vrijwaren door rusthuisbewoners te weren uit de ziekenhuizen. De doelstelling is en was om in situaties van ernstige zorgnood, medisch de meest correcte en humane oplossing te bieden, rekening houdend met wat de bewoner zelf wil. Onze belangrijkste zorg vanuit OKRA hier blijft dat de woonzorgcentra ook de middelen moeten krijgen om deze ‘menswaardige’ zorg te realiseren. De coronacrisis heeft voor iedereen duidelijk gemaakt dat de woonzorgcentra te weinig middelen krijgen om die zorg te bieden. Het verzorgend en verplegend personeel beschikten over onvoldoende beschermend materiaal om mensen te kunnen verzorgen. Menswaardige zorg is meer dan mooie woorden.

Je merkt het, wat lijkt op leeftijdsdiscriminatie is het niet. OKRA is hier gelukkig om, want we strijden al jaren tegen het nemen van bepaalde beslissingen enkel en alleen op basis van leeftijd. En met succes! Omdat leeftijd geen argument mag zijn tot bepaalde uitsluitingen. Zo zorgde de coronacrisis er ook voor dat een nieuwe afgeschafte leeftijdsgrens onder de radar is gebleven.

Een jaar geleden besliste minister van Volksgezondheid Maggie De Block om een tussenkomst toe te kennen voor consultaties aan de klinisch psycholoog of orthopedagoog, maar wel enkel voor 18- tot 65-jarigen. Samen met de federale ouderenadviesraad heeft OKRA hier sterk op gereageerd. Op 2 april jongsleden kondigde de minister “het fantastisch nieuws aan” dat de ministerraad solidair “in het belang van iedereen” beslist heeft om de leeftijdsgrenzen af te schaffen. Het mag duidelijk zijn -dat in coronatijden- heel wat beslissingen vlugger en explicieter gemaakt worden. OKRA blijft er op toezien dat ook deze weloverwogen en niet discrimineren op leeftijd.

Na de coronacrisis zal OKRA blijven aandringen op een publiek debat omtrent de ethische richtlijnen en de feitelijke toepassing ervan in onze ziekenhuizen en woonzorgcentra. Ook ouderen, patiënten en vertegenwoordigers van de rusthuisbewoners moeten mee betrokken worden in dit debat.