De pensioenhervorming van 2023: wat verandert er concreet, en wanneer?

Vlak voor het zomerreces nam de regering-De Croo een aantal besluiten om het pensioenstelsel in België verder te hervormen. Wat we daarover dachten, kun je hier lezen. Ondertussen zijn we een paar maanden verder en zijn er meer details over de concrete wijzigingen naar buiten gekomen. OKRA somt ze voor je op.

De pensioenbonus vanaf 2025

Wie na zijn vroegst mogelijke pensioendatum blijft werken krijgt een (netto)bonus. Dat is ook mogelijk als je niet met vervroegd pensioen kunt gaan en blijft werken als je de wettelijke leeftijd voorbij bent.

  • 1e jaar extra: 3 775 euro netto bonus
  • 2e jaar extra: 7 550 euro netto bonus
  • 3e jaar extra: 11 325 euro netto bonus

Je kunt dus een maximale bonus opbouwen van 22 650 euro netto, als je tot drie jaar langer werkt. Ga je in de loop van een ‘extra’ jaar met pensioen, dan krijg je het extra bedrag naar rato. Wie bijvoorbeeld exact anderhalf jaar na zijn vroegst mogelijke datum op pensioen gaat, krijgt 7 550 euro netto (3 775 voor jaar 1 + de helft van 7 550 voor jaar 2). Je kunt kiezen tussen een eenmalig bedrag, of een maandelijkse rente.

Let op! Je moet ook aan de onderstaande voorwaarden voldoen:

  • Je moet minimaal 6 maanden na je vroegst mogelijke datum op pensioen gaan om recht te openen op de bonus.
  • Je kunt ten vroegste beginnen met het recht op een bonus op te bouwen vanaf 1/7/2024, voor een pensioen dat ten vroegste ingaat vanaf 1/1/2025. Dat geldt ook voor bij wie de vroegst mogelijke pensioendatum al eerder lag: ook deze personen bouwen pas vanaf 1/7/2024 hun eerste recht op een bonus op.

Terugdraaien verhoging minimumpensioen

In de periode 2021-2024 zou het minimumpensioen elk jaar met 2,65% verhoogd worden, bovenop de index. De laatste stap van 2024 is echter door de regering-De Croo teruggedraaid. Dat betekent dat het minimumpensioen enkel nog verhoogd wordt via de indexering en eventueel de verdeling van de welvaartsenveloppe.

Effectieve tewerkstelling voor recht op een minimumpensioen

Je had al recht op een minimumpensioen als je minimaal 30 jaren loopbaan kunt bewijzen aan een tewerkstelling van minstens 2/3e voltijds. Tot op heden mochten gelijkgestelde perioden, zoals ziekte en werkloosheid, onbeperkt meetellen voor deze 30 jaren. Nu moet ook, bijkomend, een aantal gewerkte dagen worden voorgelegd om recht te kunnen openen: minimaal 5.000 dagen, wat neerkomt op minimaal 20 jaar aan 80% gewerkt of het equivalent daarvan, zoals 16 jaar voltijds. Sommige soorten loopbaanonderbreking omwille van een zorgmotief (zoals ouderschapsverlof en zorg voor een gehandicapt kind) mogen hiervoor meetellen, net als moederschapsrust, geboorteverlof, tijdelijke werkloosheid en thematisch verlof. ‘Gewone’ werkloosheid telt dus expliciet NIET meer mee, net als o.a. tijdskrediet eindeloopbaan en opleidingsverlof.

Alsof dit nog niet complex genoeg was, is de gelijkstelling voor perioden met een arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsuitkering maar deels gelijkgesteld. Hoe langer je ziek bent, des te soepeler wordt de ‘dagen gewerkt’-voorwaarde.

  • Wie minder dan 5 jaar ziek is, krijgt geen versoepeling.
  • Wie tussen de 5 en 30 jaar ziek is, krijgt een versoepeling van -100 dagen per jaar ziekte, vanaf het 5e jaar.
  • Wie langer dan 30 jaar ziek is, moet nog tussen de 0 en 10 jaar gewerkt hebben.

Doet jouw hoofd er ook pijn van?
Let op … deze wijziging is nog niet voor direct: wie minstens 56 jaar is geworden vóór 1 januari 2025, valt nog steeds onder de oude regeling van het minimumpensioen.

Herwaardering van deeltijds werk

Om de verschillen in pensioenrecht tussen mannen en vrouwen minder groot te maken, worden maximaal 5 jaren deeltijds werk gepresteerd vóór 2002 verhoogd met 25% om het recht te bepalen op een minimumpensioen (de eerder genoemde 30 jaar). Dat omwille van het gebrek aan systemen van loopbaanonderbreking met uitkeringen voor 2002 en dus bijhorend recht op pensioen. Deze maatregel is van kracht vanaf 1 januari 2025.

Beperking van de perequatie voor ambtenarenpensioenen

Het systeem van perequatie wordt gebruikt om de pensioenen van ambtenaren te verhogen in samenhang met de loonstijging van werkenden in dezelfde sector (bijvoorbeeld onderwijs), bovenop de index. Stegen de lonen 5%, dan stegen de ambtenarenpensioenen ook 5%. Deze stijging is nu begrensd tot maximaal 0,3% op het jaarlijkse totaalbedrag van alle ambtenarenpensioenen. De koppeling met de loonstijging wordt dus niet doorgesneden, maar wel serieus verzwakt. De begrenzing is van toepassing vanaf 1 januari 2025.