Kamer keurde 4 april pensioenhervorming goed: wijzigt er iets voor jou, en zo ja: wanneer?

Op de valreep van deze legislatuur heeft het Parlement dan uiteindelijk toch een (afgeslankte) versie van de oorspronkelijke pensioenhervorming goedgekeurd. De voorbije jaren vloeide hier al veel inkt over, onder andere door OKRA zelf (zie  hier voor een inhoudelijk commentaar). Om het overzicht te behouden, maken we voor jou een samenvatting wat er vanaf wanneer wijzigt.

De pensioenbonus: mogelijk voor ingangsdatums vanaf 1/1/2025

Wie het pensioen uitstelt om door te blijven werken, krijgt recht op een extraatje. Er zijn twee mogelijkheden.

  1. Personen met een wettelijke of vroegst mogelijke ingangsdatum pensioen vanaf 1/1/2025 bouwen direct een bonus op, voor elke dag dat zij verder blijven werken en hun pensioen uitstellen.
  2. Ligt de vroegst mogelijke ingangsdatum vóór 1/1/2025? Dan heeft de wetgever voorzien dat je een bonus kan beginnen opbouwen voor de periode vanaf 1/7/2024, mits je het pensioen ook pas effectief laat ingaan vanaf 1/1/2025 of later. We illustreren dit met enkele voorbeelden:
    1. Jeanine kan vanaf 1/10/2024 met pensioen, maar blijft verder werken en gaat met pensioen 1/7/2025. Zij bouwt een bonus op op basis van 8 maanden (oktober 2024 t/m juni 2025).
  3. Philip kon met pensioen op 1/1/2024 maar is nog steeds aan het werk. Gaat hij op 1/12/2024 met pensioen dan krijgt hij geen enkele bonus,  want zijn praktische pensioendatum ligt vóór 1/1/2025.
    • Stelt hij zijn pensioen daarentegen uit tot 1/1/2025, dan krijgt hij direct een bonus op  basis van 6 maanden uitstel (juli 2024 t/m december 2024).

De opbouw van de bonus verloopt volgens een schijvensysteem, waarbij een onvolledig jaar naar rato is:

  • 1e jaar extra: 3 775 euro netto bonus
  • 2e jaar extra: +7 550 euro netto bonus (11.325 totaal)
  • 3e jaar extra: +11 325 euro netto bonus (22.650 totaal).

Wie deeltijds werkt, moet zijn tewerkstellingspercentage ná de vroegst mogelijke datum met het bedrag van de bonus vermenigvuldigen. Bv: werk je nog 2 jaar halftijds extra, dan krijg je dus 5.662,50 euro netto bonus. Op deze nettobedragen hoeft men geen belastingen of sociale bijdragen te betalen.

Deze bedragen liggen bovendien nog een stuk hoger voor de personen die 43 jaren of meer op de loopbaanteller hebben op hun vroegst mogelijke pensioendatum, dus wanneer zij hun pensioen uitstellen:

  • 1e jaar extra: 11.325 euro netto bonus
  • 2e jaar extra: 11.325 euro netto bonus (22.650 totaal)
  • 3e jaar extra: 11.325 euro netto bonus (33.975 totaal)

Let op: deze bedragen kunnen minimaal zes maanden na je effectieve pensionering worden uitbetaald. De Federale Pensioendienst moet namelijk wachten op de recente loopbaangegevens om de bonus correct te kunnen berekenen. Meer informatie vind je op www.pensioenbonus.be.

Verstrenging voor het recht op een gewaarborgd minimumpensioen: vanaf 1/1/2025

Je opende al recht op een minimumpensioen als je minimaal 30 jaren loopbaan kunt bewijzen aan een tewerkstelling van minstens 2/3e voltijds. Tot op heden mochten gelijkgestelde perioden, zoals ziekte en werkloosheid, onbeperkt meetellen voor deze 30 jaren. Voor pensioenen vanaf 1/1/2025 moet ook, bijkomend, een aantal gewerkte dagen worden voorgelegd om recht te kunnen openen: minimaal 5.000 dagen, wat neerkomt op minimaal 20 jaar aan 80% gewerkt of het equivalent daarvan, zoals 16 jaar voltijds of 32 jaar 50%. Sommige vormen van loopbaanonderbreking zijn voor het tewerkstellingspercentage gelijkgesteld, maar dit komt zeer nauw: zie dit overzicht op de website van de FPD. ‘Gewone’ werkloosheid telt dus expliciet NIET meer mee, net als o.a. eindeloopbaan tijdskrediet en opleidingsverlof.

Voor ziektedagen geldt een gedeeltelijke vrijstelling voor het tewerkstellingspercentage:

  • Wie minder dan 5 jaar ziek is, krijgt geen versoepeling.
  • Wie tussen de 5 en 30 jaar ziek is, krijgt een versoepeling van -100 dagen per jaar ziekte, vanaf het 5e jaar ziekte.
  • Wie langer dan 30 jaar ziek is, moet nog tussen de 0 en 10 jaar voltijds gewerkt of het equivalent daarvan, afhankelijk van de totale lengte van de loopbaan.

Wie is geboren tussen 1963 en 1968, en dan nog geen 30 jaar loopbaan heeft als werknemer of 20 aanneembare jaren als ambtenaar, valt onder een overgangsregel en hoeft minder dagen te bewijzen. Ook voor onthaalouders geldt een speciale regeling. Alle informatie op www.minimumpensioen.be.

Herwaardering van deeltijds werk vanaf 1/1/2025

Om de verschillen in pensioenrecht tussen mannen en vrouwen minder groot te maken, worden maximaal 5 jaren deeltijds werk gepresteerd vóór 2002 verhoogd met 25% om het recht te bepalen op een minimumpensioen (de eerder genoemde 30 jaar). Dat omwille van het gebrek aan systemen van loopbaanonderbreking met uitkeringen voor 2002 en dus bijhorend recht op pensioen. Deze maatregel is van kracht voor pensioenen vanaf 1 januari 2025. Meer info op deze website van de FPD.

Beperking van de perequatie voor ambtenarenpensioenen: vanaf 1/1/2025

Het systeem van perequatie wordt gebruikt om de pensioenen van ambtenaren te verhogen in samenhang met de loonstijging van werkenden in dezelfde sector (bijvoorbeeld onderwijs), bovenop de index. Stegen de lonen 5%, dan stegen de ambtenarenpensioenen ook 5%. Deze stijging is nu begrensd tot maximaal 0,3% op het jaarlijkse totaalbedrag van alle ambtenarenpensioenen. De koppeling met de loonstijging wordt dus niet doorgesneden, maar wel serieus verzwakt. De begrenzing is van toepassing vanaf 1 januari 2025, ook voor personen die op dat moment al gepensioneerd zijn. Hun pensioenen zullen vanaf dat moment dus minder snel stijgen dan voordien het geval was.

Vragen?

Dat dit een toch al complexe wetgeving nóg complexer maakt, is evident. Bij vragen over jouw pensioendossier neem je daarom het beste contact op met de Federale Pensioendienst. Zij hebben rechtstreekse inzage in jouw loopbaandossier en pensioengegevens. Houd er wel rekening mee dat de FPD momenteel nog volop bezig is met de aanpassing van hun programma’s op de nieuwe wetgeving.