Inkomensgarantie voor Ouderen

De Inkomensgarantie voor Ouderen (IGO) is een bijstandsuitkering voor mensen zonder of met een laag pensioen. Ze wordt toegekend na een streng onderzoek van de bestaansmiddelen. Sinds juni 2001 vervangt de IGO het oude stelsel van Gewaarborgd Inkomen voor Bejaarden (GIB). Een aantal personen krijgt nu nog altijd het GIB omdat dit stelsel voordeliger is voor hen.

Bedrag 
Bij de IGO wordt het bedrag bepaald door het feit of je al dan niet je hoofdverblijfplaats deelt met een of meerdere personen.

  • Basisbedrag voor een samenwonende: 8666,16 euro per jaar of 722,18 euro per maand.
  • Verhoogde basisbedrag voor een alleenstaande: 12 459,36 euro per jaar of 1083,28 euro per maand.


Samenwonende of alleenstaande?
Een samenwonende deelt zijn hoofdverblijfplaats met een of meerdere andere personen, een alleenstaande niet. Maar opgelet, je wordt ook als alleenstaande beschouwd als je alleen met minderjarige kinderen samenwoont, met meerderjarige kinderen die recht geven op kinderbijslag of met bloed- of aanverwanten in de rechte neergaande lijn (zoals ouderen die inwonen bij (klein)kinderen). Ook iedere persoon die is opgenomen in een rust- en verzorgingstehuis of psychiatrisch tehuis vallen onder deze categorie.
Kloosterlingen ontvangen het bedrag als samenwonende, maar er wordt enkel rekening gehouden met het inkomen van de aanvrager.

Toekenningsvoorwaarden

  • Leeftijdsvoorwaarde: 65 jaar. 
  • Nationaliteitsvoorwaarde: een aanvrager moet de Belgische nationaliteit bezitten, onder een Europese verordening vallen, behoren tot een land waarmee België een wederkerigheidsverdrag heeft of het statuut van vluchteling of staatsloze hebben.
  • Verblijfsvoorwaarde: de gerechtigde moet in België verblijven. Een verblijf in het buitenland van minder dan dertig dagen per jaar mag, maar moet op voorhand aan de Federale Pensioendienst gemeld worden. Als het verblijf langer duurt wordt de uitbetaling van de inkomensgarantie geschorst voor elke kalendermaand (vanaf de maand van overschrijding) waarin de gerechtigde niet ononderbroken in België verblijft.

Onderzoek naar bestaansmiddelen

Het geheel aan pensioenen en bestaansmiddelen (na aftrek van bepaalde vrijstellingen) wordt gedeeld door het aantal inwonende personen van wie de bestaansmiddelen in aanmerking worden genomen, de aanvrager inbegrepen. Daarbij komen ook nog de eigen inwonende minder- en meerderjarige kinderen voor wie kinderbijslag wordt ontvangen. Het gedeelde bedrag zal worden afgetrokken van het maximum IGO-bedrag dat de aanvrager kan bekomen.
Sommige bestaansmiddelen tellen niet mee bij het onderzoek (bijvoorbeeld tegemoetkomingen aan mindervaliden), terwijl andere bestaansmiddelen alleen gedeeltelijk in aanmerking komen (bijvoorbeeld het kadastraal inkomen en het beroepsinkomen). Zo telt ook het pensioenbedrag voor slechts 90 procent mee in het onderzoek.
Er wordt eveneens rekening gehouden met de afstand van goederen (verkoop of schenking) die plaatsvonden in de tien jaar voorafgaand aan de ingangsdatum van de IGO.
Nadat de Federale Pensioendienst de bestaansmiddelen vastgesteld heeft, wordt daarop nog een forfaitaire vrijstelling gegeven. Deze vrijstelling bedraagt 625 euro voor samenwonenden en 1000 euro voor alleenstaanden.

Betaling

De inkomensgarantie voor ouderen wordt maandelijks uitbetaald door de Federale Pensioendienst, samen met het pensioen.