Gewaarborgd minimumpensioen voor ambtenaren

Indien het rustpensioen van de ambtenaar minder bedraagt dan het gewaarborgd minimumpensioen dan wordt het rustpensioen opgetrokken tot aan het minimumpensioen mits je aan de voorwaarden voldoet.

Voorwaarden gewaarborgd minimumpensioen

Je moet ten minste 50% van een voltijdse tewerkstelling werken als ambtenaar om aanspraak te kunnen maken op het gewaarborgd minimumpensioen. Je bent dus ambtenaar in hoofdambt.

Er zijn twee situaties waarbij je beroep kunt doen op het gewaarborgd minimumpensioen:

  • Indien je minstens 20 dienstjaren als ambtenaar hebt gewerkt in hoofdambt EN voor pensionering in dienst was, kan je beroep doen op het minimumpensioen.
  • Indien je op pensioen bent omwille van medische redenen. Je kan op medisch pensioen gaan als je jonger bent dan 63 jaar en 666 werkdagen ziekteverlof hebt opgenomen. Dan is er sprake van definitieve arbeidsongeschiktheid en kan een medisch onderzoeksbureau bepalen of je op medisch pensioen kunt gaan. Medisch pensioen kan ook als je 63 jaar bent en minstens 365 dagen ziek bent.

Er zijn een aantal situaties waarbij er slechts een gedeeltelijk minimumpensioen wordt uitbetaald:

  • Bij onvolledige dienstjaren wordt een pro rata gewaarborgd minimumpensioen berekend
  • Andere pensioenen of rentes worden volledig in mindering gebracht van het gewaarborgd minimum
  • Renten van een arbeidsongeval of een schade vergoeden worden voor 50% in mindering gebracht van het gewaarborgd minimumpensioen.
  • Buitenlandse vervangingsinkomens worden voor 80% in mindering gebracht
  • Er wordt gedeeltelijk rekening gehouden met de inkomsten van de huwelijkspartner waardoor je geen recht hebt op het volledig gewaarborgd minimumpensioen.

Indien je een winstgevende activiteit hebt van meer dan 1037,10 euro bruto per jaar, heb je geen recht meer op het gewaarborgd minimumpensioen.

Voorwaarden gewaarborgd minimumbedrag

Indien het bedrag van het overlevingspensioen of de overgangsuitkering lager is dan het gewaarborgd minimum van het overlevingspensioen dan kan er een bijkomend supplement worden betaald.

Er wordt geen gewaarborgd minimum toegekend als de overleden echtgenoot:

  • een bijkomstige functie uitoefende;
  • een uitgesteld rustpensioen kreeg;
  • minder dan 20 dienstjaren had en nog in dienst was net vóór hij op rust werd gesteld;
  • uit de echt gescheiden echtgenoot was; 
  • wees was.

Het overlevingspensioen wordt ook niet verhoogd tot het gewaarborgd minimum als de langstlevende echtgenoot een tijdelijk overlevingspensioen ontvangt.

Voorwaarden gemengd gewaarborgd minimumpensioen

Je kan een gemengde loopbaan hebben waarbij je een aantal jaar als ambtenaar en een aantal jaar als werknemer of zelfstandige hebt gewerkt. Om recht te hebben op het gewaarborgd minimumpensioen moet je ofwel aan de voorwaarden als ambtenaar voldoen OF aan de voorwaarden als werknemer / zelfstandigen voldoen. Omdat je minstens 30 loopbaanjaren als werknemer of zelfstandige of 20 loopbaanjaren als ambtenaar (m.u.v. medisch pensioen) kan het zijn dat je in alle stelsels geen recht hebt op het minimumpensioen. De jaren als ambtenaar tellen niet meer om de loopbaanvoorwaarde als werknemer te bewijzen of omgekeerd.

Bedrag gewaarborgd minimumpensioen

Het gewaarborgd minimumpensioen wordt bepaald door de gezinssituatie. Het gezinsbedrag krijg je als je echtgeno(o)t(e) zelf geen pensioen, een ander vervangingsinkomen (bijvoorbeeld een ziekte-uitkering) of beroepsinkomen (tenzij binnen de grenzen van toegelaten arbeid) heeft. Aan weduwen of weduwnaars wordt het overlevingsbedrag toegekend. Het alleenstaandenbedrag krijg je als alleenstaande of als je echtgeno(o)t(e) een eigen inkomen heeft.

Bruto maandbedragen gewaarborgd minimumpensioen ambtenaren op 01/01/2021 (index 147,31).

Reden pensionering Gezinsbedrag Bedrag alleenstaande
Leeftijd / Anciënniteit 1 771,21 euro 1 417,05 euro
Lichamelijke ongeschiktheid* min. 1 771,21 euro en max. 2 448,10 euro min. 1 417,05 euro en max. 1 958,48 euro
Overlevingspensioen of overgangsuitkering NVT 1 273,94 euro

*Het gewaarborgd minimumpensioen omwille van lichamelijke ongeschiktheid wordt altijd berekend op basis van de gemiddelde wedde van de laatste 5 jaar. Voor het gezinsbedrag bedraagt dit 62,5% en voor een alleenstaande 50% van de gemiddelde wedde van de laatste 5 jaar. Het kan ook nooit hoger zijn dan 75% van het maximum van je laatste weddeschaal voor het pensioen. Anders wordt het gewaarborgd minimumpensioen ook beperkt.

Meer informatie of hulp nodig?

Bel ons op het nummer 02 246 44 45  of contacteer ons via mail.

De cijfers op deze infofiche werden aangepast met nieuwe bedragen geldig vanaf 1 januari 2021.